Examenreglement voor de schriftelijke deficiëntie-examens, Colloquium Doctum-examens en Algemene Kennis- en Vaardighedentoets van het James Boswell Instituut
I. Algemene bepalingen
Artikel 1: Toepasselijkheid van de regeling
Bij deelname aan de examens van het James Boswell Instituut zijn examenkandidaten gehouden aan de bepalingen uit dit reglement, inclusief de aanvullende bepalingen en de aanwijzingen van de surveillanten tijdens een examen.
Artikel 2: Begripsbepalingen
In dit reglement wordt verstaan onder:
a. het JBI: het opleidings- en trainingsinstituut James Boswell Instituut van de Universiteit Utrecht;
b. de directeur: de door het College van Bestuur van de Universiteit Utrecht aangewezen mandataris;
c. de examencommissie: toetst de door docenten van het James Boswell Instituut gemaakte examens aan de hand van de in de Handleiding Toetsen en Beoordelen gestelde regels en toetst de procedures en organisatie rondom de examens aan de hand van de in het Examenreglement gestelde voorwaarden.
d. het examen: door het James Boswell Instituut georganiseerde schriftelijke deficiëntie-examens, colloquium doctum-examens en Algemene Kennis- en Vaardighedentoets (Medisch Assessment);
e. de kandidaat: degene die bij het James Boswell Instituut is ingeschreven voor het afleggen van schriftelijke deficiëntie-examens, colloquium doctum-examens of Algemene Kennis- en Vaardighedentoets (Medisch Assessment) van het James Boswell Instituut;
f. de examinator: de formeel inhoudelijk verantwoordelijke bij het afnemen van het examen;
g. de eerste corrector: een docent van het James Boswell Instituut die de eerste correctie verzorgt;
h. de tweede corrector: een docent van het James Boswell Instituut die de tweede correctie verzorgt;
i. de surveillant: een medewerker van het James Boswell Instituut die toezicht houdt op het verloop van het examen.
II. De examens
Artikel 3: De examens
1. Het James Boswell Instituut stelt kandidaten jaarlijks in de gelegenheid om aan te tonen dat zij in voldoende mate beschikken over de voor een vakgebied vereiste kennis en vaardigheden c.q. voldoen aan de aan hen gestelde (vooropleidings)eisen.
2. De examens worden afgenomen onder verantwoordelijkheid van de directeur van het James Boswell Instituut.
3. Naast de algemene bepalingen in dit reglement kan de directeur voor de verschillende afdelingen van het James Boswell Instituut aanvullende bepalingen vaststellen.
III. Organisatie van de examens
Artikel 4: Rooster examens
1. De directeur stelt jaarlijks het examenrooster vast. Hij houdt daarbij rekening met relevante landelijke afspraken en regelingen.
2. Bij de vaststelling van de tijdstippen van examens wordt zoveel mogelijk voorkomen dat examens samenvallen.
3. Het examenrooster wordt door de directeur op de website van het James Boswell Instituut (www.jbi.uu.nl) aan de kandidaten bekend gemaakt.
4. Wijziging van vastgestelde tijdstippen vindt uitsluitend plaats in geval van overmacht.
IV. Aanmelding en verhindering voor de examens
Artikel 5: Aanmelding voor de examens
1. Om aan de examens te kunnen deelnemen, moet de kandidaat zich tijdig en deugdelijk voor het examen hebben aangemeld via het inschrijfformulier op de website van het James Boswell Instituut (www.jbi.uu.nl).
2. Een inschrijving voor een examen is pas volledig wanneer de kandidaat heeft aangegeven akkoord te gaan met de algemene voorwaarden van het James Boswell Instituut en na betaling van het examengeld door de kandidaat of na de schriftelijke garantiestelling of de garantiestelling per e-mail door een derde.
Artikel 6: Annulering examens
1. Voor het annuleren van deelname aan een examen zijn de Algemene voorwaarden van het James Boswell Instituut van toepassing (www.jbi.uu.nl/algemenevoorwaarden).
V. Inhoud en vorm van de examens
Artikel 7: Inhoud en vorm examens
1. De deficiëntie-examens en de meeste colloquium doctum-examens worden schriftelijk afgenomen. De Algemene Kennis- en Vaardighedentoets (Medisch Assessment) wordt schriftelijk en mondeling afgenomen.
2. Waar de mogelijkheid bestaat, sluit het James Boswell Instituut aan bij het centraal schriftelijk deel van de door het CITO uitgegeven examens.
3. Wanneer het voor het James Boswell Instituut niet mogelijk is om bij het centraal schriftelijk deel van de CITO-examens aan te sluiten, worden examens in beginsel opgesteld door docenten van het James Boswell Instituut. De inhoud van deze examens sluit in dit geval wat thematiek en moeilijkheidsgraad betreft zo veel mogelijk aan op de eisen die faculteiten stellen aan hun toekomstige studenten.
4. Docenten verbonden aan de Universiteit Utrecht toetsen de door de docenten van het James Boswell Instituut opgestelde examens op hun kwaliteit.
VI. Gang van zaken tijdens examens
Artikel 8: Regels omtrent de examens
1. Om toegelaten te worden tot het examen, dient de kandidaat zich te legitimeren door het overleggen van een paspoort, rijbewijs of ander legitimatiebewijs met pasfoto, naam en geboortedatum. De toegang tot het tentamen wordt ontzegd, indien de kandidaat zich niet kan legitimeren.
2. De directeur draagt er zorg voor, dat de examenopgaven geheim blijven tot de aanvang van het examen.
3. Omtrent de opgaven worden geen mededelingen of inlichtingen van welke aard ook aan de kandidaten verstrekt.
4. Indien tijdens de examenzitting een fout in de opgaven wordt ontdekt, wordt daarover in beginsel geen mededeling gedaan. De directeur kan ter zake anders beslissen. Bij de normering van het werk zal met een fout, zo nodig, rekening worden gehouden.
5. Examenopgaven mogen gedurende het tentamen niet naar buiten worden gebracht.
6. Het werk wordt gemaakt op speciaal daarvoor bestemd examenpapier, en bij de Algemene Kennis- en Vaardighedentoets (Medisch Assessment) tevens een USB-stick, die door de directeur wordt verstrekt.
7. De directeur draagt er zorg voor, dat ten behoeve van de schriftelijke examinering voldoende surveillanten worden aangewezen, die erop toezien dat het tentamen in goede orde verloopt.
8. Aanwijzingen van de surveillant, die voor, tijdens en onmiddellijk na afloop van het tentamen gegeven worden, dienen door de kandidaat te worden opgevolgd.
9. Volgt de student een of meer aanwijzingen als bedoeld in het vorige lid niet op, dan kan hij door de surveillant worden uitgesloten van verdere deelname aan het desbetreffende examen. De uitsluiting heeft tot gevolg dat geen uitslag van dat examen wordt vastgesteld.
10. De duur van een examen is zodanig dat studenten redelijkerwijs voldoende tijd hebben om de vragen te beantwoorden.
11. Laatkomers worden tot een examen toegelaten tot ten hoogste 30 minuten na de aanvang van het tentamen. Indien een kandidaat door overmacht niet binnen deze tijdslimiet aanwezig kan zijn, beslist de surveillant of hij alsnog tot het examen wordt toegelaten. De kandidaat levert in alle gevallen zijn werk in op het tijdstip dat ook voor de andere kandidaten geldt.
12. Gedurende het examen is het de kandidaat niet geoorloofd het examenlokaal te verlaten zonder toestemming van de surveillanten.
13. Kandidaten mogen de zaal waar het examen wordt afgenomen niet verlaten binnen 30 minuten na aanvang van het examen.
14. Aan het einde van de examenzitting nemen de surveillanten het werk in en controleren ter plaatse of alle kandidaten hun werk hebben ingeleverd.
15. Nadat de eerste kandidaat de zaal heeft verlaten, worden geen laatkomers meer tot het examen toegelaten.
16. Kandidaten zijn verplicht hun tassen, jassen en elektronische apparatuur, behalve een grafische rekenmachine indien toegestaan, bij aanvang van het examen in te leveren bij de surveillanten.
17. Kandidaten die tijdens het examen in het bezit blijken te zijn van mobiele telefoons of andere elektronische apparatuur worden uitgesloten van verdere deelname aan het desbetreffende examen.
Artikel 9: Fraude
1. Onder fraude wordt verstaan het handelen of nalaten van een kandidaat, waardoor een juist oordeel over zijn kennis, inzicht en vaardigheden geheel of gedeeltelijk onmogelijk wordt.
2. Wanneer fraude wordt geconstateerd of vermoed, deelt de examinator dit achteraf schriftelijk mee aan de directeur.
3. De directeur stelt vast of er sprake is van fraude en deelt de kandidaat schriftelijk zijn besluit en de sancties conform het bepaalde in het vierde lid mee, onder vermelding van de beroepsmogelijkheid bij het College van Beroep voor de Examens (Universiteit Utrecht).
4. Fraude wordt door de directeur in ieder geval bestraft met het ongeldig verklaren van het examen. Indien de kandidaat reeds eerder een berisping heeft gekregen, kan volledige uitsluiting van deelname aan alle examens of andere vormen van toetsing voor een periode van 12 maanden volgen.
Artikel 10: Kandidaten met een handicap
1. Aan kandidaten met een functiestoornis wordt de gelegenheid geboden het examen af te leggen op een zoveel mogelijk aan hun individuele handicap aangepaste wijze.
2. Kandidaten met een functiestoornis die examens af willen leggen op een zoveel mogelijk aan hun individuele handicap aangepaste wijze, kunnen hiertoe een verzoek richten aan de directeur. De directeur wint zo nodig deskundig advies in alvorens te beslissen. De directeur bepaalt in dergelijke gevallen de wijze waarop het examen zal worden afgelegd.
3. Kandidaten die menen in aanmerking te komen voor een afwijkende wijze van examineren, moeten hiertoe op een zo vroeg mogelijk tijdstip een schriftelijk verzoek indienen bij de directeur, voorzien van een deskundigenverklaring. Dit verzoek moet ten minste twee weken voor het af te leggen examen in worden gediend.
4. De aanpassing kan in ieder geval bestaan uit een verlenging van de duur van het examen met 30 minuten.
VII. Beoordeling, uitslag en herkansing van de examens
Artikel 11: Beoordeling
1. De beoordeling van de examens geschiedt aan de hand van tevoren schriftelijk, en eventueel naar aanleiding van de correctie bijgestelde, normen.
2. Examens die bestaan uit het centraal schriftelijke deel van CITO-examens worden in eerste instantie beoordeeld door een docent van het James Boswell Instituut. Vervolgens worden de examens beoordeeld door een tweede corrector.
3. In het geval dat het examen is opgesteld door het James Boswell Instituut, treden door het James Boswell Instituut aangewezen docenten op als eerste en tweede corrector van het examen.
4. De directeur ziet erop toe dat alle correctoren beoordelen aan de hand van dezelfde normen.
5. De wijze van beoordeling is zodanig dat de kandidaat kan nagaan hoe de uitslag van zijn examen tot stand is gekomen.
6. De kandidaat is voor een examen geslaagd als hij daarvoor het cijfer 5,5 of hoger heeft behaald. De kandidaat zakt voor een examen als hij daarvoor een cijfer lager dan 5,5 heeft behaald.
7. Voor de beoordeling van het resultaat van een examen geldt het laatst toegekende cijfer.
Artikel 12: Termijn beoordeling en uitslag
1. Voor de termijn van de beoordeling van en de uitslag met betrekking tot examens die bestaan uit het centraal schriftelijke deel van CITO-examens gelden de door het CITO vastgestelde termijnen.
2. De leden 2 tot en met 9 van dit artikel hebben betrekking op door docenten van het James Boswell Instituut opgestelde examens.
3. De eerste corrector stelt het oordeel over het examen vast binnen tien werkdagen na de dag waarop deze is afgenomen en stuurt de administratie van het James Boswell Instituut zijn beoordeling.
4. De administratie van het James Boswell Instituut draagt er zorg voor dat het examen wordt toegezonden aan de tweede corrector.
5. De tweede corrector stelt het oordeel over het examen vast binnen tien werkdagen en verschaft de administratie van het James Boswell Instituut de nodige gegevens ten behoeve van de uitreiking van een schriftelijke of elektronisch bewijsstuk van het oordeel aan de kandidaat.
6. De eerste en tweede corrector bepalen samen het eindoordeel.
7. Na het ontvangen van de gegevens van de tweede corrector stelt de administratie van het James Boswell Instituut de kandidaat de volgende werkdag op de hoogte van het oordeel door middel van een schriftelijk of elektronisch bewijsstuk.
8. De kandidaat die voor een examen zakt, wordt voor het afleggen van herkansingsexamens verwezen naar het daarvoor door de directeur vastgestelde examenrooster.
9. Voor een herexamen gelden dezelfde voorwaarden als voor een regulier examen, ook waar het de inschrijving betreft.
10. Op de schriftelijke of elektronische verklaring van het oordeel over een examen wordt de kandidaat gewezen op het inzagerecht als bedoeld in artikel 13 en op de beroepsmogelijkheid bij het College van Beroep voor de Examens (Universiteit Utrecht).
Artikel 13: Inzagerecht
1. Gedurende ten minste dertig dagen na de bekendmaking van de uitslag van een schriftelijke toets krijgt de kandidaat op zijn verzoek inzage in zijn beoordeeld werk.
2. Gedurende de in het eerste lid genoemde termijn kan de kandidaat kennis nemen van vragen en opdrachten van het examen, alsmede zo mogelijk van de normen aan de hand waarvan de beoordeling heeft plaatsgevonden.
3. Het is niet toegestaan het beoordeeld werk te kopiëren.
4. De kandidaat heeft 30 minuten de tijd om het beoordeeld werk in te zien op de administratie onder toezicht van een medewerker van het James Boswell Instituut.
5. Indien de kandidaat vragen voor de docent heeft kan hij deze indienen bij de administratie.
6. Het examenwerk van de kandidaten wordt door het James Boswell Instituut bewaard gedurende een termijn van twee jaar na de dag waarop het examen is afgenomen.
VIII. Overige bepalingen
Artikel 14: Vangnetregeling
1. In gevallen waarin dit examenreglement niet voorziet, beslist de directeur na de betrokkenen te hebben gehoord.
Artikel 15: Wijziging
1. Wijzigingen van deze regeling worden door de directeur van het James Boswell Instituut, gehoord de examencommissie, bij afzonderlijk besluit vastgesteld.
Artikel 16: Inwerkingtreding
1. Dit reglement treedt in werking op 1 september 2011. Aldus vastgesteld door de directeur van het James Boswell Instituut, op 1 september 2011.
APPENDIX
I Aanvullende bepalingen Algemene Kennis- en Vaardighedentoets (Medisch Assessment)
Aanmelding en verhindering voor de examens
1. In afwijking van het bepaalde in hoofdstuk IV, art. 5 lid 1, dienen kandidaten zich bij de CIBG in te schrijven.
2. In afwijking van het bepaalde in hoofdstuk IV, art. 5 lid 2, dienen kandidaten het inschrijfgeld te voldoen aan het CIBG.
Gang van zaken tijdens de examens
1. In afwijking van het bepaalde in hoofdstuk VI, art. 8 lid 11, dienen kandidaten op de aanvangstijd aanwezig te zijn.
2. Kandidaten die zich te laat melden kunnen niet meer tot het examen worden toegelaten.
Uitslag van de examens
1. De uitslag van de examens wordt door het James Boswell Instituut ter beschikking gesteld aan de CIBG.
2. De examenuitslag wordt binnen 15 werkdagen na de examenzitting door het CIBG schriftelijk aan de kandidaten meegedeeld.
3. Over de uitslag van de examens wordt door het James Boswell Instituut met de kandidaten niet gecorrespondeerd. Het is voor kandidaten niet mogelijk om hun uitwerkingen van de Algemene Kennis- en Vaardighedentoets in te zien, omdat bij het bekendmaken van de uitslag van deze toets duidelijk wordt beschreven waarom een kandidaat niet geslaagd is.
4. Een kandidaat kan tegen de uitslag van een examen in beroep gaan bij de CIBG volgens de daartoe door de CIBG vastgestelde procedure.






